Je huis klaarmaken voor een dweilrobot: drempels, kabels en de eerste kaart
De eerste dagen met een dweilrobot bepalen of je er blij mee wordt. Een robot die vastloopt op een kabel of steeds terugkeert naar dezelfde drempel, ga je snel uitzetten. Met een uurtje voorbereiding voorkom je dat.
1. De plek van het station
- Zet het station tegen een muur, op een harde vloer, met aan beide kanten ongeveer een halve meter vrij en voor het station ruim een meter.
- Kies een plek met wifi-ontvangst. Zonder wifi kun je de app niet gebruiken.
- Bij een all-in-one station: denk aan het tanks vullen en legen. Een plek dicht bij de keuken of bijkeuken scheelt lopen.
- Niet in de volle zon of vlak naast de verwarming. Dat is slecht voor de accu en voor de dweil die in het station droogt.
2. Opruimen voor de eerste rit
De eerste keer rijdt de robot door het hele huis om een kaart te maken. Ruim daarvoor op wat in de weg ligt: kabels, sokken, speelgoed, de riemen van gordijnen. Zet stoelen aan tafel. Open de deuren naar alle kamers die hij moet schoonmaken.
Kabels zijn de grootste boosdoener. Bind kabels achter de tv en bureau bij elkaar of leg ze in een kabelgoot. Een robot met camera en objectherkenning ontwijkt losse kabels, maar een bos snoeren onder een bureau blijft lastig.
3. Drempels
De meeste robots komen over drempels tot ongeveer 2 centimeter. Een paar topmodellen klimmen hoger, tot 4 centimeter of meer. Meet je drempels voordat je koopt.
Is een drempel te hoog, dan heb je twee opties:
- een drempelhulp: een schuin rubber of houten strip die je tegen de drempel legt;
- de kamer als aparte zone instellen en de robot er met de hand neerzetten als die kamer aan de beurt is.
Let ook op de overgang van tapijt naar harde vloer. Een dikke deurmat of een hoogpolig kleed kan voor de robot werken als een drempel.
4. De kaart nalopen
Na de eerste rit verschijnt de plattegrond in de app. Neem even de tijd om hem na te lopen:
- Kamers splitsen en een naam geven. Dan kun je zeggen “dweil de keuken” in plaats van het hele huis.
- Tapijt aanwijzen. De meeste robots herkennen tapijt zelf, maar controleer het. Op tapijt hoort de dweil omhoog te gaan of in het station te blijven.
- Verboden zones maken. Rond de etensbak van de kat, onder het bureau met kabels, bij een kleed met franjes.
- Dweilverbod. Een zone waar de robot wel zuigt maar niet dweilt, bijvoorbeeld een kamer met geolied parket.
5. Een vast schema
Een robot werkt het best als hij vaak en kort rijdt. Plan bijvoorbeeld dagelijks stofzuigen en om de dag dweilen, op een moment dat je niet thuis bent. In de keuken en bij de achterdeur mag het vaker.
Gebruik de stand “eerst stofzuigen, dan dweilen” als je robot dat heeft. Dweilen over kruimels maakt de dweil snel vies.
6. Na een week
Na een week weet je waar de robot moeite mee heeft. Kijk in de app naar de geschiedenis: waar is hij blijven hangen? Meestal zijn het steeds dezelfde twee of drie plekken. Los die op met een verboden zone, een drempelhulp of een andere plek voor een stoel, en daarna hoef je er nauwelijks nog naar te kijken.
Nog geen robot? Lees eerst waar je op let bij een dweilrobot of doe de keuzehulp.